Zenuwstelsel

Overprikkeling

Synapse gebruikt de GADS-vragenlijst om het niveau van overprikkeling bij patiënten in kaart te brengen. Deze lijst is oorspronkelijk bedoeld om gegeneraliseerde angststoornis te signaleren in de eerstelijnszorg, maar omdat gegeneraliseerde angststoornis vaak voortkomt uit een autonome disregulatie[1], [2] en de term 'angststoornis' onnodige ongerustheid kan veroorzaken bij patiënten, is ervoor gekozen om te spreken van ‘overprikkeling’.

De score categorieën[3] die Synapse hanteert zijn:

Score GADS
Geen overprikkeling≤4
Milde overprikkeling5-9
Matige overprikkeling10-14
Uitgesproken overprikkeling>14

Gezondheid hersenen

De gezondheid van de hersenen wordt bij Synapse beoordeeld met de zogenoemde McCance Brain Care Score[4] (BCS), een beknopte maar krachtige vragenlijst die dertien bekende risicofactoren in kaart brengt. Uit grote klinische databanken blijkt dat deze score helpt bij het voorspellen van dementie en herseninfarcten, en bovendien gevalideerd is ten opzichte van neurologische afwijkingen die aangetoond werden met beeldvorming van de hersenen[5].

De McCance Brain Care Score focust op 12 domeinen binnen drie hoofdgebieden:

  1. Fysieke factoren (bloeddruk, bloedsuiker, cholesterol, BMI)
  2. Leefstijl (voeding, alcoholgebruik, roken, aerobe activiteiten, slaap)
  3. Sociaal-emotioneel (stressbeheersing, sociale relaties, zingeving)

Voor elk van deze 12 onderwerpen krijgen patiënten meerdere keuzemogelijkheden, die elk een puntenscore van 0, 1 of 2 opleveren. De afzonderlijke scores worden opgeteld tot een totaal, met 21 als hoogst mogelijke uitkomst. Hoe hoger de score, hoe beter. Bij Synapse hanteren we de volgende afkap waarden.

Gezondheid hersenenMcCance Brain Care Score
Optimaal≥17
Aanvaardbaar14-16
Onder druk11-13
In gevaar≤10

Fysieke factoren

Bloeddruk

Er is steeds meer bewijs dat hoge bloeddruk (hypertensie) de belangrijkste beïnvloedbare vaatrisicofactor is voor zowel het ontstaan als de progressie van cognitieve achteruitgang en dementie[6]. Verhoogde bloeddruk versnelt vaataandoeningen in zowel grote als kleine hersenvaten, wat kan leiden tot infarcten, bloedingen en witte stofafwijkingen. Dit komt deels door een verminderde cerebrovasculaire reserve en degeneratieve veranderingen in de vaatwand.

We hebben de McCance Brain Care Score voor de bloeddruk als volgt aangepast:

BloeddrukScore
>140 of >95 mmHg0
>135 of >90 mmHg1
>130 of >85 mmHg2
≤130 en ≤85 mmHg3

Hemoglobine A1C

Hb1Ac

HbA1c (geglyceerd hemoglobine) geeft de gemiddelde bloedsuikerconcentratie van de voorbije twee tot drie maanden weer: hoe hoger de gemiddelde glucosespiegel, hoe groter het aandeel HbA1c. Een verhoogde bloedsuiker draagt bij tot de vorming van advanced glycation end products. Deze veroorzaken oxidatieve schade, ontstekingsreacties en kunnen dyslipidemie bevorderen, allemaal mechanismen die cognitieve functies aantasten en tot hersenschade kunnen leiden[7].

Bij de McCance Brain Care Score wordt de HbA1c-waarde als volgt gescoord:

HbA1cMcCance Brain Care Score
≥6,5%0
5,7 - 6,5%1
<5,7%2
Hyperglycemie

Wanneer er geen HbA1c-waarde beschikbaar is, hanteert Synapse de nuchtere glycemie als vervangende parameter. Volgens het scoringsmechanisme dat de Brain Care Score gebruikt voor Hb1Ac, wordt de nuchtere glycemie als volgt beoordeeld:

Nuchtere glycemieMcCance Brain Care Score
>125mg/dL0
100-125mg/dL1
≤99mg/dL2

Cholesterol

Een te hoge cholesterol op middelbare leeftijd vergroot het risico op cognitieve achteruitgang en dementie op latere leeftijd[8]. Een mogelijke verklaring is dat excessief cholesterol bijdraagt aan aderverkalking (atherosclerose), waardoor de bloedtoevoer naar de hersenen minder efficiënt kan verlopen. Dit kan resulteren in kleine of grotere schade in het hersenweefsel, met cognitieve achteruitgang als gevolg.

Bij de McCance Brain Care Score wordt het cholesterolniveau als volgt beoordeeld:

Totaal cholesterolMcCance Brain Care Score
≥190mg/dL of behandeling0
<190mg/dL1

BMI

Een langdurig hoog BMI kan door de bijbehorende cardiometabole gevolgen (zoals vaatproblemen, insulineresistentie en chronische ontsteking) een negatieve invloed hebben op de hersenen. Dit kan zich uiten in een kleiner hersenvolume, veranderingen in de witte-stofstructuur en meer witte-stoflaesies[9].

Bij de McCance Brain Care Score wordt BMI als volgt beoordeeld:

BMIMcCance Brain Care Score
≥30kg/m20
25-30kg/m21
18.5-25kg/m22
<18.5kg/m21

Levensstijl

Voeding

Een dieet dat rijk is aan vezels en hoogwaardige eiwitten, met een beperkte inname van geraffineerde suikers en bewerkte producten, en voldoende gezonde vetten is essentieel voor een optimale hersenfunctie[10], [11]. Een voedingspatroon dat vooral bestaat uit suikerrijke of sterk bewerkte voedingsmiddelen kan daarentegen leiden tot chronische ontsteking, insulineresistentie en een hoger risico op neurodegeneratieve aandoeningen.

Bij de McCance Brain Care Score wordt het eetpatroon als volgt beoordeeld:

Typisch weekdieetMcCance Brain Care Score
Voldoet niet aan bovenstaande aanbevelingen0
Voldoet deels aan de aanbevelingen1
Voldoet aan de aanbevelingen2

Alcohol

Alcoholconsumptie kan leiden tot het afsterven van neuronen en heeft een directe impact op de hersenstructuur[12]. Belangrijke mechanismen zijn blootstelling aan acetaldehyde, verhoogde oxidatieve stress en verminderde glucosemetabolisme na acute alcoholinname.

Daarnaast kan leverschade ertoe leiden dat schadelijke stoffen, die normaal in de lever worden afgebroken, in de hersenen terechtkomen. Ook is aangetoond dat overmatig alcoholgebruik het aantal stamcellen kan verminderen, wat de vorming van nieuwe neuronen belemmert.

Bij de McCance Brain Care Score wordt alcoholgebruik als volgt beoordeeld:

Alcoholistische consumptiesMcCance Brain Care Score
>4 per week0
3-4 per week1
0-2 per week2

De kleur en het oordeel van deze rij komen van de leefstijlscore voor alcohol, dezelfde als op het leefstijlblad; de punten hierboven tellen mee in de hersenscore.

Roken

Tabaksrook of tabaksproducten bevat duizenden schadelijke stoffen, waaronder nicotine. Veel van deze bestanddelen zijn giftig voor het zenuwstelsel, het cardiovasculaire systeem en de longen[13]. Roken verhoogt daarmee niet alleen het risico op hart- en vaatziekten, maar ook op cognitieve achteruitgang en andere neurologische aandoeningen.

Bij de McCance Brain Care Score wordt rookgedrag als volgt beoordeeld:

RokenMcCance Brain Care Score
Huidige roker0
Nooit gerookt of langer dan een jaar gestopt3

Beweging

Lichamelijke activiteit (PA), gedefinieerd als elke beweging die wordt veroorzaakt door skeletspieren en leidt tot energieverbruik, is een van de meest veelbelovende strategieën om cognitieve functies gedurende het hele leven te ondersteunen en het risico op leeftijdsgerelateerde cognitieve achteruitgang te verminderen[14].

Bij de McCance Brain Care Score wordt lichaamsbeweging als volgt beoordeeld:

LichaamsbewegingMcCance BCS
<150 min/week matig en <75 min/week intensief0
≥150 min/week matig of ≥75 min/week intensief3
Rustig sporten

Rustige vormen van beweging hebben bewezen gunstige effecten op de hersenen[15]. Een belangrijke verklaring hiervoor is de toename in de productie van brain-derived neurotrophic factor (BDNF), een eiwit dat neuroplasticiteit en neurogenese in de hippocampus stimuleert. Ook dragen cardiorespiratoire inspanningen bij aan een betere doorbloeding van het hersenweefsel, wat bijdraagt aan behoud en verbetering van cognitieve functies.

Intensief sporten

Voor wie minder tijd heeft of liever korter, maar intensiever traint, kan interval- of hoogintensieve training een efficiënte vervanging zijn van langere matige duurtraining. Deze vorm van beweging leidt tot vergelijkbare cardiovasculaire aanpassingen en wordt in verband gebracht met een betere cardiorespiratoire fitheid, die op haar beurt samenhangt met gunstigere cognitieve prestaties[16].

Slaap

Een goede nachtrust is van essentieel belang voor de hersengezondheid. Uit epidemiologisch onderzoek blijkt dat een tekort aan slaap of onbehandelde slaapstoornissen samenhangen met een groter risico op cognitieve achteruitgang en andere neurologische problemen[17]. Slaap ondersteunt onder meer de regulatie van metabolische processen en de afvoer van afvalstoffen in de hersenen, waardoor verstoorde of onvoldoende slaap het brein extra kan belasten.

Synapse beoordeelt je slaap via twee complementaire zelfrapportage-vragenlijsten. De MSQ brengt je slaap- en waakpatroon in kaart: wat er 's nachts en overdag gebeurt. De ISI (Insomnia Severity Index) meet je beleving: hoeveel last je ondervindt en welke impact dit heeft op je functioneren overdag. Daarom tonen we per slaapdomein twee factoren: een patroon-factor (uit de MSQ) en een beleving-factor (uit de ISI). Zo zie je zowel wat er speelt als hoe zwaar het weegt.

De beleving-factoren kleuren volgens de ISI-drempels: bij Slapeloosheid ligt de grens tussen groen en oranje rond een score die overeenkomt met klinische insomnia, zodat een oranje kleur je een duidelijk signaal geeft, ook wanneer het gemiddelde slaapcijfer nog mild oogt.

Bij de McCance Brain Care Score wordt slaap als volgt beoordeeld:

SlaapBCS
Onbehandelde slaapstoornissen en/of minder dan 7 uur slaap per nacht0
Behandelde slaapstoornissen en 7–8 uur slaap per nacht1

Psychosociaal

Stress

Langdurige overstimulatie van het stresssysteem activeert herhaaldelijk de HPA-as, waardoor glucocorticoïden op termijn de hippocampus, prefrontale cortex en amygdala aantasten. Dit leidt tot veranderingen in synaptische plasticiteit, neurogenese en de dendritische structuur van de hersenen resulterende in neurodegeneratie met meetbare gevolgen voor cognitie, stemming en algehele hersengezondheid[18].

Bij de McCance Brain Care Score wordt stress als volgt beoordeeld:

StressBCS
Hoog stressniveau met invloed op het functioneren0
Matig stressniveau met beperkte invloed op het functioneren1
Normaal stressniveau2

Eenzaamheid

Gebrek aan sociale verbondenheid verzwakt het immuunsysteem, verhoogt de vatbaarheid voor infecties en gaat samen met structurele veranderingen in hersengebieden zoals prefrontale cortex, insula, amygdala en hippocampus[19]. Deze neurale aanpassingen worden in verband gebracht met cognitieve achteruitgang en stemmingsstoornissen.

Bij de McCance Brain Care Score wordt eenzaamheid als volgt beoordeeld:

EenzaamheidBCS
Geen of nauwelijks hechte contacten0
Minstens twee vertrouwenspersonen naast partner/kinderen1

Welzijn

Een sterk gevoel van zingeving en tevredenheid gaat samen met meer grijze stof en hogere activiteit in de anterior cingulate en orbitofrontale cortex. Deze gebieden reguleren emoties en verwerken betekenisvolle prikkels, waardoor stress afneemt en de cognitieve veerkracht toeneemt. Zo draagt een hoog welbevinden aantoonbaar bij aan een betere hersengezondheid[20].

Bij de McCance Brain Care Score wordt welzijn als volgt beoordeeld:

WelzijnBCS
Regelmatig moeite om waarde of doel in het leven te zien0
Meestal een duidelijk gevoel van betekenis en doel1

Stemming en burn-out

Burn-out

De WHO omschrijft burn-out in ICD-11 (QD85) als een beroepsgebonden fenomeen, geen medische aandoening, door chronische werkstress met drie kenmerken: uitputting, mentale afstand of cynisme tegenover het werk en verminderde doeltreffendheid. Burn-out en depressie hangen duidelijk samen, maar zijn geen identieke begrippen[21]. Prospectieve studies koppelen burn-out aan type 2-diabetes, coronaire hartziekte, hypercholesterolemie, slapeloosheid, depressieve klachten en werkverzuim[22].

Synapse leidt de factor af uit één vraag naar de mate van opbranden; hij kleurt oranje wanneer iemand begint op te branden of het nog net volhoudt, en rood wanneer iemand opgebrand is of hulp zoekt. Een enkelvoudige vraag correleert slechts matig met de volledige Maslach Burnout Inventory[23] en mist in vergelijkende studies een deel van wie op de volledige schaal hoog scoort[24]. Een positief signaal is dus een aanleiding tot een gesprek: depressie en suïcidale gedachten uitsluiten, lichamelijke oorzaken van uitputting nagaan, en herstel combineren met aanpassingen op het werk. Werkgerichte interventies verbeterden de werkhervatting bij werknemers met burn-out[25].

Ontwikkeld en getoetst met de medische adviesraad van Synapse.

Referenties

  1. [1]Owens, A. P., Low, D. A., Iodice, V., Critchley, H. D. & Mathias, C. J. The genesis and presentation of anxiety in disorders of autonomic overexcitation. Autonomic Neuroscience 203, 81–87 (2017). doi.org/10.1016/j.autneu.2016.10.004
  2. [2]Jordan, P., Shedden-Mora, M. C. & Löwe, B. Psychometric analysis of the Generalized Anxiety Disorder scale (GAD-7) in primary care using modern item response theory. PLoS One 12, e0182162 (2017). doi.org/10.1371/journal.pone.0182162
  3. [3]Plummer, F., Manea, L., Trepel, D. & McMillan, D. Screening for anxiety disorders with the GAD-7 and GAD-2: a systematic review and diagnostic metaanalysis. Gen Hosp Psychiatry 39, 24–31 (2016). doi.org/10.1016/j.genhosppsych.2015.11.005
  4. [4]Singh, S. D. et al. The predictive validity of a Brain Care Score for dementia and stroke: data from the UK Biobank cohort. Front Neurol 14, (2023). doi.org/10.3389/fneur.2023.1291020
  5. [5]Rivier, C. A. et al. Brain Care Score and Neuroimaging Markers of Brain Health in Asymptomatic Middle-Age Persons. Neurology 103, (2024). doi.org/10.1212/WNL.0000000000209687
  6. [6]Gąsecki, D., Kwarciany, M., Nyka, W. & Narkiewicz, K. Hypertension, Brain Damage and Cognitive Decline. Curr Hypertens Rep 15, 547–558 (2013). doi.org/10.1007/s11906-013-0398-4
  7. [7]Tian, C. et al. The causal effect of HbA1c on white matter brain aging by two-sample Mendelian randomization analysis. Front Neurosci 17, (2024). doi.org/10.3389/fnins.2023.1335500
  8. [8]van Vliet, P. Cholesterol and Late-Life Cognitive Decline. Journal of Alzheimer’s Disease 30, S147–S162 (2012). doi.org/10.3233/JAD-2011-111028
  9. [9]Lv, H. et al. Association between Body Mass Index and Brain Health in Adults: A 16- Year Population-Based Cohort and Mendelian Randomization Study. Health Data Science 4, (2024). doi.org/10.34133/hds.0087
  10. [10]Smith, P. J. & Blumenthal, J. A. DIETARY FACTORS AND COGNITIVE DECLINE. J Prev Alzheimers Dis 1–12 (2015) doi.org/10.14283/jpad.2015.71
  11. [11]Spencer, S. J., Korosi, A., Layé, S., Shukitt-Hale, B. & Barrientos, R. M. Food for thought: how nutrition impacts cognition and emotion. NPJ Sci Food 1, 7 (2017). doi.org/10.1038/s41538-017-0008-y
  12. [12]Karoly, H. C., Kirk‐Provencher, K. T., Schacht, J. P. & Gowin, J. L. Alcohol and brain structure across the lifespan: A systematic review of large‐scale neuroimaging studies. Addiction Biology 29, (2024). doi.org/10.1111/adb.13439
  13. [13]Swan, G. E. & Lessov-Schlaggar, C. N. The Effects of Tobacco Smoke and Nicotine on Cognition and the Brain. Neuropsychol Rev 17, 259–273 (2007). doi.org/10.1007/s11065-007-9035-9
  14. [14]ERICKSON, K. I. et al. Physical Activity, Cognition, and Brain Outcomes: A Review of the 2018 Physical Activity Guidelines. Med Sci Sports Exerc 51, 1242–1251 (2019). doi.org/10.1249/MSS.0000000000001936
  15. [15]Olson, R. L., Cleveland, D. J. & Materia, M. Effects of Low-Intensity Aerobic Exercise on Neurophysiological and Behavioral Correlates of Cognitive Function. Behavioral Sciences 13, 401 (2023). doi.org/10.3390/bs13050401
  16. [16]Liu, K. et al. The effects of high-intensity interval training on cognitive performance: a systematic review and meta-analysis. Sci Rep 14, 32082 (2024). doi.org/10.1038/s41598-024-83802-9
  17. [17]Gottesman, R. F. et al. Impact of Sleep Disorders and Disturbed Sleep on Brain Health: A Scientific Statement From the American Heart Association. Stroke 55, (2024). doi.org/10.1161/STR.0000000000000453
  18. [18]McManus, E., Haroon, H., Duncan, N. W., Elliott, R. & Muhlert, N. The effects of stress across the lifespan on the brain, cognition and mental health: A UK biobank study. Neurobiol Stress 18, 100447 (2022). doi.org/10.1016/j.ynstr.2022.100447
  19. [19]Hawkley, L. C. Loneliness and health. Nat Rev Dis Primers 8, 22 (2022). doi.org/10.1038/s41572-022-00355-9
  20. [20]King, M. L. The neural correlates of well-being: A systematic review of the human neuroimaging and neuropsychological literature. Cogn Affect Behav Neurosci 19, 779– 796 (2019). doi.org/10.3758/s13415-019-00720-4
  21. [21]Koutsimani, P., Montgomery, A. & Georganta, K. The Relationship Between Burnout, Depression, and Anxiety: A Systematic Review and Meta-Analysis. Front Psychol 10, 284 (2019). doi.org/10.3389/fpsyg.2019.00284
  22. [22]Salvagioni, D. A. J. et al. Physical, psychological and occupational consequences of job burnout: A systematic review of prospective studies. PLoS One 12, e0185781 (2017). doi.org/10.1371/journal.pone.0185781
  23. [23]Hagan, G., Okut, H. & Badgett, R. G. A Systematic Review of the Single-Item Burnout Question: Its Reliability Depends on Your Purpose. J Gen Intern Med 39, 818–828 (2024). doi.org/10.1007/s11606-024-08685-y
  24. [24]Knox, M. et al. Maslach Burnout Inventory and a self-defined, single-item burnout measure produce different clinician and staff burnout estimates. J Gen Intern Med 33, 1344–1351 (2018). doi.org/10.1007/s11606-018-4507-6
  25. [25]Lambreghts, C. et al. Return-to-work interventions for sick-listed employees with burnout: a systematic review. Occup Environ Med 80, 538–544 (2023). doi.org/10.1136/oemed-2023-108867

Zet het in de praktijk

Biomarkers in dit domein