Voor zorgverleners
ALT (GPT)
- Eenheid
- U/L
Wat is ALT (GPT)?
ALT is een leverenzym dat in je bloed lekt wanneer je levercellen het zwaar hebben. Een beetje is normaal; meer ervan is als een zacht 'controlelampje' voor je lever. Een rustige waarde wijst op een lever die soepel zijn werk doet: belangrijk voor je stofwisseling en je energie.
Klinisch kader
ALT (GPT) is een relatief leverspecifiek enzym dat kan stijgen bij hepatocellulaire schade en metabole leververvetting. Een verhoogde ALT is geassocieerd met hepatische steatose, insulineresistentie en metabole ontregeling [2].
Een belangrijke beperking is dat een normale ALT leververvetting niet uitsluit. Een aanzienlijk deel van de patiënten met leververvetting heeft normale ALT-waarden en de hoogte van ALT weerspiegelt onvoldoende de ernst van steatose, inflammatie of fibrose [1].
ALT is daarom vooral een aanvullende marker en moet samen met andere leverwaarden, metabole parameters en risicoscores worden geïnterpreteerd [3].
Wat beweegt deze waarde?
Vetopbouw in de lever, alcohol, overgewicht en soms een recente intensieve training kunnen de waarde verhogen.
Minder alcohol en suiker, meer beweging en gewichtsverlies laten dit vaak geleidelijk dalen. Bespreek een aanhoudend hoge waarde met je arts.
Ontwikkeld en getoetst met de medische adviesraad van Synapse.
Referenties
- Ma, X. et al. Proportion of NAFLD patients with normal ALT value in overall NAFLD patients: a systematic review and meta-analysis. BMC Gastroenterol 20, 10 (2020). doi.org/10.1186/s12876-020-1165-z
- Maximos, M. et al. The Role of Liver Fat and Insulin Resistance as Determinants of Plasma Aminotransferase Elevation in Nonalcoholic Fatty Liver Disease. Hepatology 61, 153–160 (2015). doi.org/10.1002/hep.27395
- American Diabetes Association Professional Practice Committee for Diabetes. Comprehensive Medical Evaluation and Assessment of Comorbidities: Standards of Care in Diabetes—2026. Diabetes Care 49, S61–S88 (2026). doi.org/10.2337/dc26-S004
De kleurzones zijn persoonlijk: ze hangen af van leeftijd, geslacht, risico en voorgeschiedenis, en staan in het rapport van de patiënt zelf.
Inzichten om met de patiënt te bespreken, geen diagnose-instrument.