Voor zorgverleners
Albumine
- Eenheid
- g/L
Wat is Albumine?
Albumine is het belangrijkste eiwit dat je lever aanmaakt. Het houdt vocht in je bloedvaten, vervoert stoffen door je bloed en geeft een zachte indruk van je voeding: als de bestelwagens van je bloedbaan. Een stabiele waarde past bij een goed werkende lever en een goede voedingstoestand.
Klinisch kader
Albumine is het meest voorkomende plasma-eiwit, wordt uitsluitend in de lever gemaakt en heeft een halfwaardetijd van ongeveer drie weken. Het is een negatief acutefase-eiwit: bij ontsteking verlegt de lever, aangestuurd door IL-6, de synthese naar CRP en fibrinogeen en daalt albumine, mede door capillaire lekkage en snellere afbraak [1].
Door die trage kinetiek weerspiegelt een laag-normaal of dalend albumine eerder aanhoudende laaggradige ontsteking dan een acute episode. Bij ontsteking is albumine geen valide voedingsmarker: de daling volgt de ontstekingsrespons, niet de inname. Interpreteer het dus als gecombineerde marker van lever, voeding en ontsteking [3].
In de Copenhagen General Population Study, bij 100.000 mensen zonder hart- en vaatziekte, steeg het risico vrijwel lineair naarmate albumine daalde: per 10 g/L lager ongeveer een kwart meer myocardinfarct en een derde meer beroerte, grotendeels verklaard door de ontstekingscomponent [2]. Uitdroging, nierverlies en de assay vertekenen de waarde [3].
Wat beweegt deze waarde?
Je voeding, je vochtbalans, een ontstekingsperiode en je lever- en nierfunctie beïnvloeden de waarde.
Voldoende eiwit uit gevarieerde voeding en goede hydratatie ondersteunen een gezonde waarde. Bespreek een aanhoudend lage waarde met je arts.
Ontwikkeld en getoetst met de medische adviesraad van Synapse.
Referenties
- Mantovani, A. & Garlanda, C. Humoral innate immunity and acute-phase proteins. N Engl J Med 388, 439–452 (2023). doi.org/10.1056/NEJMra2206346
- Ronit, A. et al. Plasma albumin and incident cardiovascular disease: results from the CGPS and an updated meta-analysis. Arterioscler Thromb Vasc Biol 40, 473–482 (2020). doi.org/10.1161/ATVBAHA.119.313681
- Evans, D. C. et al. The use of visceral proteins as nutrition markers: an ASPEN position paper. Nutr Clin Pract 36, 22–28 (2021). doi.org/10.1002/ncp.10588
De kleurzones zijn persoonlijk: ze hangen af van leeftijd, geslacht, risico en voorgeschiedenis, en staan in het rapport van de patiënt zelf.
Inzichten om met de patiënt te bespreken, geen diagnose-instrument.